Discriminatie

Discriminatie is een nog gevoeliger onderwerp om over te praten dan nationalisme. Het is taboe om het zelfs ter discussie te stellen. Het is de belangrijkste pijler van de politieke correctheid. Als wij iets van de oorlog geleerd hebben dan is het dit. Discriminatie is fout. Dit is een reflex. Onze haren gaan overeind staan als iemand discriminatie wil goedpraten. Om het onderwerp heel voorzichtig te benaderen willen wij eerst een paar voorbeelden geven van dagelijkse discriminatie die wel algemeen geaccepteerd worden:

Dames zwemmen: Vele vrouwen in Nederland vinden het fijn om te kunnen zwemmen zonder mannen erbij en sommige zwembaden voorzien in deze behoefte. Dinsdag 10 tot 11 uur: alleen vrouwen. De meeste mensen kunnen dit begrijpen maar het is duidelijk discriminatie. Stel je voor dat er stond: Dinsdag 1 tot 2 uur: Alleen blanken.

Een ander voorbeeld is ons onderwijssysteem. Na de basisschool heb je VMBO, HAVO en VWO. Op grond van de cijfers op de lagere school en je leergierigheid of studiegerichtheid (laten we het woord intelligentie vermijden) wordt men ingedeeld in een of ander stroming en vervolgens worden die groepen ontzettend verschillend behandeld. Dit is pure discriminatie op grond van academische vaardigheid.

Het eerste discussiepunt rond discriminatie is wat wij precies met het woord bedoelen. Als wij het emotioneel bekijken dan is het makkelijk. Het is als iemand achtergesteld wordt vanwege zijn kleur of geloof of geslacht, enz. Er is een dimensie van onrecht dat iemand aangedaan wordt waar wij ons (terecht) tegen verzetten. Maar wetten worden niet met emoties geschreven maar met woorden. Het woord discrimineren betekent eigenlijk niets anders dan “onderscheid maken” of “verschil erkennen” en zo wordt het ook in de wet opgenomen, bijvoorbeeld de Wet van Gelijke Behandeling heeft het steeds over het “onderscheid maken” en wanneer dat wel of niet mag.

Maar onderscheid maken is toch iets anders dan iemand achterstellen. Seksualiteit bijvoorbeeld houdt in dat mannen (hetero of homo) vrouwen anders benaderen dan mannen. Onze intuïtie heeft geen probleem met dit proces maar het is wel discriminatie want er wordt wel onderscheid gemaakt, en op grond van geslacht nog wel. Maar waar zit dan het onrecht die bij discriminatie hoort? Of kan je mensen wel gelijk waarderen en toch verschillend behandelen?

Een ander voorbeeld: je kunt je ouders heel hoog schatten en heel lief vinden en toch niet willen dat ze met je vriendengroep meegaan naar de film. Je discrimineert wel want je maakt onderscheid tussen je ouders en je vrienden, maar de meeste mensen zullen niets onrechtvaardigs hierin vinden. Dit lijkt misschien nietszeggend maar hetzelfde idee geldt bij een portier van een zware homobar die zelf niets tegen hetero’s heeft maar die wel weet dat er een gezelliger avond voor iedereen zal zijn als hij een groep hetero jongens naar de kroeg verderop verwijst. Helaas, de wet van Gelijke Behandeling gaat helemaal voorbij aan het verschil tussen ‘gelijkwaardig behandelen’ of ‘precies hetzelfde behandelen’ waardoor er een heleboel ruimte voor nuancering in het gesprek verloren gaat.

Dit is vooral een probleem van definities en woordgebruik maar het heeft veel verwarring in het maatschappelijke debat teweeggebracht. Andere problemen zijn nog hardnekkiger en hebben te maken met hoe mensen in elkaar zitten:

- Artikel 1 van onze grondwet overspeelt zijn hand behoorlijk. Het zou al moeilijk genoeg zijn als het discriminatie zou verbieden op grond van ras, geslacht, godsdienst of geaardheid maar het gaat veel verder. In artikel 1 staat namelijk dat niemand discrimineerd mag worden op welke grond dan ook. Hieraan kun je het utopische goed zien.

Bijvoorbeeld, mooie mensen worden heel vaak voorgetrokken en net anders behandeld dan mensen met een gewoon uiterlijk. Om dit te verbieden gaat tegen de natuur in. Miljoenen jaren evolutie hebben ons bijgebracht dat schoonheid beter is dan lelijkheid (symmetrie is beter dan asymmetrie) en dat beïnvloedt ons handelen. Zoals het er nu staat, pretendeert Artikel 1 dat deze evolutionaire voorkeur in Nederland niet opgaat. Door een paar mooie zinnen op te schrijven kunnen wij miljoenen jaren evolutie uitschakelen. Dit lijkt misschien een bezwaar om makkelijk weg te wuiven maar het is wel de realiteit die je aan de kant zet, wat uiteindelijk voor grote problemen zorgt.

Het hebben van vooroordelen is menselijk. De één vind dat homos maar raar zijn en de ander vindt dat vrouwen minder goed kunnen rijden. Een ander is heel duur en kijkt neer op arme mensen. Een vierde houdt niet van rapmuziek en de subcultuur eromheen. Die vooroordelen pleiten misschien niet voor die mensen maar iedereen heeft ze. En elke vooroordeel houdt in discriminatie tegen een of ander groep. Moeten wij uitgaan van een samenleving waarin mensen geen vooroordelen meer hebben? Dat is toch een utopie? Zo zitten mensen niet in elkaar.

- Generaliseren is een denkproces dat bij de mens ingebakken zit en generaliseren houdt in discrimineren. Vanaf de vroegste jeugd leren wij dat dingen op de grond vies zijn, dat rood gevaar betekent. Je kunt ook een verkeerde indruk krijgen: honden zijn gevaarlijk, oudere kinderen zijn gemeen. Hoe dan ook, wij generaliseren op grond van onze ervaringen. Nu als volwassene die al jaren veel op de weg zit, merk ik dat BMW chauffeurs over het algemeen agressiever rijden dan mensen in een Volvo. Hierdoor heb ik net een andere houding tegenover de een dan de ander. Ik discrimineer dan op basis van een automerk. Dit lijkt misschien vrij onschuldig maar hetzelfde gelijk heeft een werkgever die constateert dat Marokkaanse jongens over het algemeen minder goed opgeleid en minder sociaal aangepast zijn en daarom eerder iemand met autochtone naam voor een interview vraagt.

Dit wil niet zeggen dat dit nooit kan veranderen. Misschien heeft iemand juist geweldige ervaringen mat Marokkaanse werknemers. Misschien zal er een cultuuromslag komen en zal de Marokkaanse jeugd in Nederland een heel goede naam voor zichzelf verwerven. Dat is prima. Het gaat erom: generaliseren is een basisgereedschap van het menselijk denken en discrimineren volgt daar onvermijdelijk uit voort.

- Iedereen heeft ergens een beetje racisme in zich, net als iedereen weleens een leugen vertelt. Het hoeft niet eens zo’n slecht iets te zijn. Je valt gewoon minder op als je niet de enige van een bepaald ras ergens bent. Trouwens in de liefde wordt er ook volop gediscrimineerd want de meeste mensen kiezen een partner van dezelfde ras als zijzelf. Kun je echt verwachten dat de discriminatie die op zo’n belangrijk terrein speelt niet door zal werken in de rest van het leven?

Tot nu toe hebben wij uiteengezet waarom discriminatie onvermijdelijk is en gewoon bij het leven hoort. Wij hopen dat weinig mensen het tot dusver met ons oneens zullen zijn. Nu willen wij ook iets opmerken over de lelijke kant van discriminatie, niet om het goed te praten maar om de menselijke maat aan te geven waar wij toch mee te maken hebben:

Mensen discrimineren op een lelijke manier omdat ze zelf zwak en onzeker zijn. Iemand die helemaal in evenwicht is en geen twijfel over zichzelf heeft, zal niet discrimineren, maar wie is dat dan? De politieke correctheid vereist dat mensen perfect worden, dan zal de perfecte samenleving daaruit voortvloeien. Nou, het is een mooi ideaal om na te streven maar het kan niet als uitgangspunt dienen.

Problemen veroorzaakt door het discriminatieverbod

Het verbod op discriminatie heeft inmiddels veel sociale schade aangebracht. Mensen weten niet hoe zij met elkaar om moeten gaan. Als je iedereen hetzelfde moet behandelen, hoe moet je dan je vrienden kiezen (laat staan je werknemers)? Ben je een slecht iemand (want racist) als je alleen op roodharigen valt? Uiteindelijk moet je onderscheid tussen mensen maken en dat mag niet. Maar de grootste schade is niet verwarring, het is hypocrisie. Mensen weten soms heel duidelijk of zij liever een vrouw voor een bepaalde baan hebben, of een man; een oud iemand of een jong iemand, maar dat mogen zij niet meer zeggen. Dus moeten zij hypocriet gaan doen. Het was altijd juist een grote kracht van Nederland dat wij minder hypocriet waren dan vele andere landen, over seks, bijvoorbeeld, of godsdienst, maar dat dreigen wij nu te verliezen.

Misschien is het nuttig om dit punt een beetje uit te diepen aan de hand van een voorbeeld van een denkbeeldige jongen die in de meeste staten van de V.S. voor zou kunnen komen:

Als een jongen in de Verenigde Staten de pubertijd bereikt en zo 16 a 17 jaar wordt, begint hij, zoals jongens overal, interesse te krijgen in seks en andere dingen. Hij denkt: “Dat zou ik nou best willen proberen en dat alcohol lijkt me ook wel leuk.” En wie weet wat meer. Maar van zijn omgeving hoort hij: “Seks voor het huwelijk? Dat is slecht. Alcohol voor je 21e? Dan deug je niet. Wil je ook marihuana proberen of twijfel je aan Gods bestaan? Jij gaat zeker naar de hel.” Dan denkt de jongen, “Oh, dus al die dingen die ik spannend vind zijn fout. Zal ik dan zo’n slechte persoon zijn?” Ondertussen, ziet hij vele volwassenen om hem heen juist volop bezig om al die verkeerde dingen te doen. Dat het daardoor voor hem moeilijk wordt om vaste morele grond onder zijn voeten te vinden zal duidelijk zijn. Het verlengde hiervan is dat de VS als land ook door hypocrisie onderuit gehaald wordt, met aan de ene kant een grote mond over s’werelds meest vrije land en aan de andere kant het in stand houden van een gevangenis als Abu Graib. Ze zijn de vaste morele grond onder hun voeten al lang kwijtgeraakt.

Het was altijd juist een sterk punt van de Nederlandse samenleving dat zij zoveel minder hypocriet was. “Kom je in de pubertijd? Dan zul je wel zin in seks krijgen. Denk er goed over na. Niet zwanger worden, gebruik een condoom enz.” , “Twijfel je of God bestaat? Dat is niet erg, dat doen een heleboel mensen.” Dat gaf veel vrijheid en een ontspannen sfeer in onze samenleving. Het gaf de ruimte voor mensen om authentiek te zijn en hun eigen voorkeuren en vooroordelen uit te zoeken.

Dit dreigen wij nu te verliezen. Een ondernemer weet heus wel dat hij een jonge meid voor een bepaalde vacature zoekt, en geen oude vent maar dat mag hij niet meer zeggen. Een ander vindt homoseksualiteit een raar iets. Dat mag hij ook niet meer zeggen, sterker nog: hij mag het eigenlijk niet eens meer denken. Denk je dat vrouwen anders zijn dan mannen? Je mag het niet zeggen of denken. Heb je iets tegen buitenlanders die geen Nederlands spreken of mensen met veel piercings op hun gezicht? Je mag het allemaal niet zeggen of denken, anders ben je een fout iemand.

Naast het feit dat de politieke correctheid hiermee enge totalitaire trekjes toont, raken wij op deze manier ook de vaste morele grond onder onze eigen voeten kwijt. Iedereen moet wel op een of ander gebied hypocriet doen. Dit ondermijnt het vertrouwen in de samenleving want iedereen weet dat de waarden die officieel gepredikt worden, eigenlijk door niemand echt worden nageleefd. Met andere woorden, iedereen zegt wel braaf wat de politiek correctheid voorschrijft maar niemand gelooft erin. Zo zij komen wij ook in zo’n situatie terecht zoals de Amerikaanse jongen hierboven, en verliezen wij de morele zekerheid waar wij vroeger veel meer zicht op hadden.

Het verlengde daarvan is dat Nederland steeds meer geloofwaardigheid op het internationale toneel verliest. Waar wij vroeger rake dingen zeiden waar geen land onderuit kon komen, hebben wij inmiddels niks anders dan utopie en hypocrisie te bieden. Uiteindelijk hebben wij zelfs de illegale Amerikaanse inval in Irak gesteund. Door het waas van hypocrisie over onze samenleving kunnen wij geen heldere beslissingen meer nemen.

Al met al is het duidelijk dat het verbod om elke vorm van discriminatie grote problemen in de samenleving veroorzaakt. Wij moeten dus een andere manier vinden om met discriminatie om te gaan dan het simpelweg te verbieden. Dat is een utopie die steeds moeilijker wordt om vol te houden.