Het marktdenken en de energiemarkt in 2008

Stelling 1: Een vrije markt houdt in dat de overheid geen centraal regulerende rol krijgt.

De realitieit:
1. Elke dag wordt er vergaderd tussen de energiebedrijven en Tennet om de energievoorziening van de volgende dag te regelen. Tennet krijgt van elk bedrijf te horen hoeveel stroom ze zullen leveren. Tennet regelt de hoe en wanneer van de stroomlevering en afname. Zij maakt de dienst uit en mag boetes opleggen als bedrijven tekortschieten. Zij heeft zelfs de macht om een bedrijf op te leggen dat die zoveel stroom tegen een bepaalde prijs van die of die andere bedrijf moet inkopen om het contract na te komen. Toch een behoorlijk regulerende rol. Maar ja, het moet nou eenmaal van de realiteit.

2. De netbeheerders moeten ten alle tijden bijhouden van elke burger wie zijn energieleverancier is! Jazeker. Anders wordt het meteen een puinhoop. Maar dat kan toch nooit efficiënt zijn? Zo'n dubbele administratie? Stel je voor dat er een instantie nodig was om van iedereen zijn supermarkt bij te houden anders liep de boel in het honderd. Waar slaat dat op?

Uiteindelijk kunnen wij alle mogelijke marktstructuren verzinnen maar de realiteit eist dat de netbeheerders alles bijhouden zowel qua stroomregeling als administratie. De werkelijkheid van de electriciteit vereist zo'n centrale rol voor de netbeheerders dat je er eigenlijk niet omheen kan.

 

Stelling 2: Met deze marktstructuur komen de nodige marktfactoren aan bod om een zinvolle markt te vormen.

De realiteit:
De kerneisen van de consument zijn een bepaalde kwaliteit (230V) en de betrouwbaarheid. Deze kerneisen worden door de netbeheerder gewaarborgd, niet het energiebedrijf. Wat blijft er over? Groene stroom? Schematisch inkoop? De netbeheerder kan net zo makkelijk groene stroom aanbieden en een nachttarief hebben wij altijd al gehad.

'Service', zegt de marktdenker. 'Bedrijven kunnen op service concurreren.' Je moet zijn lef wel bewonderen. Wij weten allemaal dat de service slecht is. Het is voor ons geen voordeel dat er zoveel verschillende administraties enz. zijn. De nieuwe structuur verdoemt de helft van de Nederlanders in de komende tien jaar tot een administratieve/ service doolhof. En dat voeren ze aan als een sterk punt!!

 

Stelling 3: Deze marktstructuur is nodig om de prijzen laag te houden.

De realiteit:
Deze structuur bevat juist veel elementen die de stroom duurder maken: Een dubbele administratie, hoge reclamekosten, een hele overbodige laag transactiekosten en winstoogmerk bij de energiebedrijven. Dit maakt de stroom veel duurder dan bij een collectieve inkoop. Ook zal deze structuur de oligopolievorming in de hand werken waardoor de stroom uiteindelijk nog duurder wordt.

 

Stelling 4: Deze structuur is nodig om de vrije keuze van de consument te waarborgen.

De realiteit:
De netbeheerder kan net zo goed stroom van alle verschillende bronnen aanbieden. Die heeft daar toch meer verstand van dan de gemiddelde burger. Tennet is tenslotte degene die de milieucertificaten opmaakt waarmee de consument zijn 'ingelichte keuze' maakt.

 

Stelling 5: Met deze markt kunnen wij de toekomst vol vertrouwen tegemoet zien.

De realiteit:
De energiebedrijven hebben inmiddels zelf toegegeven dat zij ook niet binnen deze structuur kunnen werken. De markt is te onzeker om grote investeringen te kunnen plannen (Volkskrant, 28 april). Dit verbaast ons niet. De relatie tussen energiebedrijf en consument is veel te gering om op te kunnen bouwen. Hier is ook de centrale rol van Tennet niet weg te denken. Zoals zij de stroomvoorziening op een dagelijkse basis moet regelen is zij ook de enige die de voorziening op langere termijn kan coördineren.

 

Stelling 6: De E.U. heeft bepaald dat wij deze structuur moeten krijgen.

De realiteit:
De E.U. maakt zich voornamelijk sterk voor vrij transport van goederen en diensten tussen de lidlanden. Bij een collectieve inkoop wordt dat gewaarborgd. Als een Duits of Frans bedrijf goedkoop kan leveren zou Tennet daar helemaal voor open staan. Voor de rest mogen wij onze structuur zelf invullen.

 

Conclusie:
De huidige structuur is onoverzichtelijk, ingewikkeld en duur. Een collectieve inkoop is simpeler, goedkoper en biedt meer zekerheid voor de toekomst. Daar kunnen wij beter naar terug.