De nationale culturele identiteit


Door de drang van de politieke correctheid van de laatste 50 jaar heeft het woord nationalisme zo’n lading gekregen dat het moeilijk is om een zinvol debat erover te hebben. Je wordt dan meteen weggezet als ultra rechts en een gevaar voor de samenleving. Deze overtrokken houding is niet terecht De nationale parlementen bieden een vertegenwoordiging aan hun burgers die ongeëvenaard is op gemeentelijk of Europees niveau. Laten wij daar eens goed naar gaan kijken.

Laten wij wel eerst duidelijk zeggen dat wij ons wel bewust zijn van de gevaren van het nationalisme. Vele oorlogen en onrechtvaardigheden zijn in het verleden op nationalistische gronden goedgepraat. We hebben dus wel te maken met iets dat gevaarlijke kanten heeft. Maar er zijn wel meer dingen in de samenleving die gevaarlijke kanten hebben (godsdienst, het marktdenken, autoverkeer). Maar is de oplossing voor zo’n vraagstuk om het meteen helemaal te verbieden of op een gezonde manier ermee te leren omgaan?

Hoewel de nationale identiteit omstreden is, mag het begrip culturele identiteit wel. Heeft culturele identiteit dan iets met nationale identiteit te maken? Laten wij daar eens goed naar kijken. Waaruit bestaat een culturele identiteit? Dit is een vraag waaraan dikke boeken gewijd worden, maar om het overzichtelijk te houden, moeten wij ons nu tot de belangrijkste factoren beperken: De geografische ligging, geschiedenis, normen en waarden en taal.

Geografische ligging: Woon je hoog in de bergen, of dicht bij de Noordpool of juist in het zonnige zuiden? Dan heeft dat een enorme weerslag op hoe jij je identiteit invult. Wij kunnen ook zeggen dat de het handelsverleden van Nederland medebepaald werd door onze geografische ligging aan de rand van het continent met brede rivieren landinwaarts.

Het belang van de geschiedenis klinkt ook door: met wie en tegen wie heb je gevochten en gehandeld en waarom en hoe is dat gegaan? Wie is er allemaal bijgekomen en wat hebben zij met zich meegebracht? Maar het zijn vooral de laatste twee factoren, normen en waarden en taal waar ik het nu over wil hebben.

Normen en waarden vormen misschien de kern van een culturele identiteit. Wat mag je wel en niet doen? Wat wordt er van iedereen verwacht? Waar moet je als lid aan voldoen? Hier ligt een verband met wetgeving want wetgeving gaat ook over wat wel en niet mag en regels waar je aan moet voldoen. Van abortus en euthanasie tot de maximumsnelheid, belastingstarieven of de regels voor woningbouwverenigingen, alle wetgeving is een uiting van de normen en waarden van de groep, dus enorm belangrijk voor de culturele identiteit. Maar wetten zijn per definitie een nationale aangelegenheid.

Dan taal: elke taal sluit een cultuur in zich op, bijvoorbeeld de Franse cultuur wordt door al haar literatuur, politiek en filosofie van de laatste eeuwen via de Franse taal gewaarborgd en vormgegeven. Elke taal staat dus voor een culturele identiteit die als basis van een democratie kan dienen. Het is ook geen toeval dat de meeste landen in Europa hun eigen taal hebben en dat groepen die wel een eigen taal hebben maar geen soevereiniteit (denk aan de Basken, Koerden of Friezen) in meer of mindere mate een eigen autonomie proberen op te eisen.

Wat de nationale identiteit zo sterk maakt is dat de verschillende componenten van de culturele identiteit op nationaal niveau bij elkaar komen. Vooral dus taal en wetgeving maar ook de geschiedenis en geografische ligging. Hierdoor heeft de nationale identiteit een duidelijke waarde: het vormt de basis van een geloofwaardige culturele identiteit. Deze culturele identiteit is juist wat er door de democratie uitgedragen moet worden.

In Nederland bijvoorbeeld, hebben wij een cultureel erfgoed van minstens 500 jaar oud dat bestaat uit onze gedeelde geschiedenis en geografie, taal, politieke en culturele ontwikkelingen, literatuur, tradities, enz. Dit culturele erfgoed heeft steeds vorm gegeven aan onze samenleving met als eindresultaat onze ijzersterke parlementaire democratie die tot voor kort door de hele wereld bewonderd werd. De cultuur geeft vorm aan de politiek en de politiek draagt op haar beurt de cultuur weer uit (verlichting, tolerantie, gedogen, poldermodel). Dit is de democratische vertegenwoordiging waar het allemaal om gaat.

De nationale identiteit heeft dus alles met democratie te maken, met een democratische vertegenwoordiging van normen en waarden en culturele identiteit. Naast de extreemrechtse invulling van de doorgeschoten xenofoob moet de nationale identiteit ook een linkse invulling krijgen op grond van zijn democratische vertegenwoordiging van een culturele identiteit.

Zelfs een nationalistisch gevoel hoeft niet per definitie tot xenofobie te leiden. Het kan ook gewoon betekenen dat je trots bent op je land, of op bepaalde dingen die het bereikt heeft en dat je daar een positief gevoel over hebt. Het heeft toch geen zin om een land op te bouwen als je er daarna niet trots op mag zijn?

Vaak wordt de multiculturele samenleving aangehaald als mogelijke vervanger voor de nationale identiteit.Helaas, de multiculturele samenleving blijkt een heel vaag iets. Hierbij een paar relativerende opmerkingen:

- De multiculturele samenleving heeft grenzen. De wetgeving moet bijvoorbeeld voor iedereen hetzelfde zijn anders is de rechtstaat gauw zoek. Maar wetten zijn ergens op gebaseerd. Die dragen een bepaalde culturele identiteit uit, met bepaalde uitgangspunten, bepaalde normen en waarden. Het multiculturele aspect van de samenleving moet daar omheen passen. Het multiculturalisme gaat niet dwars door alles heen. Het is een aanvulling op onze Nederlandse identiteit, geen vervanging ervan.

- Eigenlijk moeten wij praten over een multiculturele samenleving, niet de multiculturele samenleving. Nederland heeft een multiculturele samenleving en Frankrijk heeft ook een multiculturele samenleving maar zij zijn niet precies hetzelfde. Ze verschillen ook behoorlijk, juist vanwege de verschillende nationale identiteiten die ook zo’n groot deel van de culturele identiteit uitmaakt.

- De multiculturele samenleving is niets nieuws. Twee honderd jaar geleden al, kwamen veel joden bijvoorbeeld in Nederland wonen omdat zij hier hun godsdienst vrij konden beoefenen. Toen waren er ook al meerdere godsdiensten en levensopvattingen en dit is heel vaak in de geschiedenis voorgekomen. Welke kosmopolitische stad of land is eigenlijk niet multicultureel geweest? Kijk naar Rome of Kreta in de oudheid of meer recentelijk naar de Verenigde Staten als immigratieland. Het enige nieuwe aan de huidige situatie is dat de onderliggende lokale identiteit ontkend wordt. Het multiculturele aspect wordt tot de gehele identiteit gebombardeerd met als gevolg dat gemeenschappelijke normen en waarden en lokale identiteit geen plaats meer mogen hebben. Dat is de grote fout.

Wij zijn natuurlijk sympathiek aan het ideaal dat de mensheid zonder parochiale belangen bij elkaar komt om van de wereld een betere plaats te maken. Maar dat kan alleen via het wereldforum (de Verenigde Naties) gebeuren. Totdat wij daar een bestuurlijk geheel van kunnen maken, moeten wij ons wel op een ander niveau blijven organiseren.

Een fout die veel mensen nu maken is om te denken dat wij er dichterbij komen als wij in Europa 27 nationale identiteiten vervangen met een grote (een federaal Europa). Deze gedachte wordt in het boek 1984 van George Orwell overtuigend weerlegd, en wie dit boek niet gelezen heeft kan gewoon naar de Verenigde Staten kijken of de voormalige Sovjet Unie. Heeft de bundeling van verschillende culturen in die gevallen tot minder nationalisme en meer democratie geleid? Nee, integendeel; naarmate een staat groter en sterker wordt, hoeft het zich steeds minder van andere landen en zijn eigen burgers aan te trekken.

Problemen veroorzaakt door het ontkennen van de nationale identiteit

Wij zijn in Nederland (en de rest van Europa) sinds de oorlog zo dogmatisch geweest over de onwenselijkheid van een nationale identiteit dat het inmiddels tot behoorlijke problemen in de samenleving heeft geleid. Met een gematigder kijk op dingen kunnen wij deze problemen nu hopelijk benoemen en aanpakken.

Verwarring. Als wij geen Nederlandse identiteit mogen aannemen, welke dan wel? Het wereldburgerschap? Dat is mooi maar het biedt weinig houvast. Iedereen is tenslotte wereldburger. Zijn wij dan Europeanen? Dat biedt ook weinig duidelijkheid en wordt uiteindelijk ook weer een nationale identiteit op zich. De Nederlander bestaat niet. Maar het is wel onze eigen identiteit dat wij ontkennen. Geen wonder dat Nederland in de laatste jaren een identiteitscrisis ondergaat.

Spanning. Het werkt voor velen frustrerend dat etnische groepen in de samenleving volop aangemoedigd worden om hun cultuur te behouden terwijl de autochtoon zijn eigen culturele wortels niet mag aanspreken omdat dit nationalistisch en gevaarlijk zou zijn. Dat is niet eerlijk en onzekere tijden worden op die manier nog onzekerder gemaakt. Geen wonder dat de spanning in de samenleving toeneemt.

Een ander negatief gevolg van de politiek correcte benadering van de nationale identiteit is het ondermijnen van de publieke sector.

Veel zaken willen wij collectief regelen: Publieke zorg, onderwijs, Nutsmonopolies enz. Maar de basis van ons collectief optreden is onze nationale identiteit, bijvoorbeeld de NS – Nederlandse Spoorwegen. Het tegenovergestelde van privatiseren heet ook nationaliseren. Door de nationale identiteit te ontkennen, verliezen wij de basis van een collectief optreden. Een gevolg van de politieke correctheid is dus dat de marktwerking steeds meer wordt aangehaald om de samenleving mee in te richten en een collectief optreden, altijd een uitgangspunt van links, door links zelf onderuit gehaald wordt.