Analyse van de Nederlandse politiek in 2016

Het zijn turbulente tijden in de Nederlandse politiek. De linkervleugel zit vast in het moeras van de politieke correctheid. De rechtse partijen volharden met het marktdenken en kijken met onbegrip naar de maatschappelijke wanorde. Van de grote partijen zijn er volgens ons nog maar twee die sterk in hun principiële schoenen staan.

SP: Een geweldige, oprechte partij die veel goed werk doet en de eer van links hoog houdt. Het probleem is juist dat ze te links zijn. Hun fanatisme staat de nuancering soms in de weg.

VVD: De andere partij die haar weg niet kwijt is. Zij hebben een duidelijke boodschap: Geld is belangrijker dan mensen. De economie is belangrijker dan de beschaving. Hun liberalisme is uitgemond in het marktdenken, maar dat is niet wat het land nu nodig heeft.

CDA: Een sympathieke, oprechte partij die helaas haar eigen grondbeginselen niet meer vertrouwt. Tegenwoordig geloven weinigen in het religieuze verhaal van de bijbel, hoewel er veel meer zijn die de morele principes van het christelijke gedachtegoed waarderen.Totdat die twee dingen losgekoppeld worden zullen veel CDA kiezers in verwarring blijven.

PvdA: PvdA heeft een ideologische doodssteek gekregen door de overgang van hun leider Wim Kok naar de gelederen van commissariaten en bestuursfunctionarissen. Wim Kok was eerst vakbondsleider en stond bekend om zijn felle houding tegenover management en de bonuscultuur. Daarmee was hij de belichaming van de ideologie van de PvdA. Na zijn ommekeer in houding blijft bij veel PvdA kiezers de vraag hangen, “Als zelfs Wim Kok eigenlijk net zo’n graaier blijkt te zijn als de rest, waar kunnen wij ons dan aan vastklampen?”

Sindsdien heeft de PvdA geen ideologische onderbouwing meer en is ze vervallen in een goed bedoelende, semi-linkse partij – ook gewoon meegegaan in de privatisering van de publieke sector – die door de waan van de dag wordt geregeerd.

GroenLinks: is ook aan een ideologische ontgoocheling onderhevig. Ze heeft alles ingezet op de politieke correctheid; die nu die zijn houdbaarheidsdatum bereikt heeft. Nu weet GroenLinks niet meer waar ze heen moet. Alle partijen zijn inmiddels groen en de weg naar links zijn ze al een tijdje kwijt met hun federaal Europa en geflirt met de VVD.

De kracht van GroenLinks, en de reden voor haar voortbestaan, is haar grote, trouwe, goedbedoelende, vaak hardwerkende, intellectuele achterban. Daar zou menig een partij blij mee zijn.

De achillespees van GroenLinks is die van de academicus en de intellectueel; Zij overschatten gaandeweg het belang van woorden en denken uiteindelijk dat woorden belangrijker zijn dan de realiteit.

D66: Jawel, ook D66 heeft met een ideologisch vacuüm te maken. Toen Thom de Graaf de burgermeesterschap van Nijmegen aanvaardde heeft hij eigenlijk een streep door de rekening gehaald van de bestuurlijke vernieuwingsdrift die altijd de ziel van D66 was geweest. Na een tijdje richtingloos dobberen is de partij in de schoot belandt van de charismatische en welbespraakte Alexander Pechthold

Hiermee is D66 eigenlijk net als de PVV een eenmanspartij geworden. De partij is steeds meer naar rechts opgeschoven om de voorkeuren van haar leider tegemoet te komen. De heer Pechthold kan heel mooi links praten maar stemt zelf rechts met zijn lastenverlichtingen, anti-referendum beleid en federaal Europa.

PVV: Geert Wilders heeft zich ontwikkeld tot een sterke politicus met een behoorlijk charisma. Hij heeft een inhoudelijk agenda: dat de Islamitische cultuur op sommige punten niet binnen de Westerse waarden past (bijvoorbeeld de gelijkwaardigheid van de vrouw). Zolang zijn tegenstanders weigeren te erkennen dat hij hierin gelijk heeft (mag niet van de politieke correctheid) zal zijn aanhang zich alleen gesterkt voelen. Uiteindelijk zal hij weinig kunnen uitrichten omdat zijn houding negatief is. Hij weet niet waar Nederland heen moet, alleen maar waar het niet heen moet. Dat heeft voor het Vlaams Blok destijds niet gewerkt en een Haagse cordon sanitair begint zich hier ook af te tekenen.

 

Onze conclusie is dat er zeker kansen liggen voor nieuwe partijen, vooral aan de linkerkant van het spectrum. Er is voor de gemiddelde centrumlinkse kiezer in Nederland nu geen grote partij die zijn meningen vertegenwoordigt of geloofwaardig leiderschap biedt.